column

Un Muguet

29 april 2008

Dat Eén Mei en Hemelvaartsdag samen vallen, schijnt maar eens in een eeuw voor te komen.

In de ons omringende landen roept dat nog altijd iets op van: Vloeken in de kerk.

Tussen Hemelvaartsdag en Eén Mei gaapt een diepe kloof. Daar ligt een wonde open, die maar moeilijk heelt.

Hier in Nederland kunnen we ons dat moeilijk voorstellen.

In België bijvoorbeeld, presenteerden de voorzitters van de socialistische en katholieke vakbonden zich het afgelopen weekend onder de slogan: ”Soms moet de ratio primeren op de emotie”. Vanwege een gril in de kerkelijke kalender vallen Eén Mei en Hemelvaartsdag op dezelfde dag en moeten de “sociale – families” hun jaarlijkse feest samen vieren.

Eén keer in de 100 jaar komt dat voor. Dit jaar dus.

Ik praat u even bij.

Op Eén Mei wordt het feest van de arbeid gevierd. In Nederland heeft dat feest nooit echt geleefd. Ooit, toen Den Uyl nog leefde en de socialisten zich wat zelfzekerder voelden, werd wel eens geopperd dat Nederland ook recht had op haar Dag van de Arbeid.

Toen Beatrix bij haar troonsbestijging besloot dat 30 April tot in lengte der dagen Koninginnedag zou blijven, was alle kans verkeken…

Maar dat terzijde.

 

De socialisten hadden hun Dag van de Arbeid en dat was Eén Mei.

De katholieken konden dat natuurlijk niet over hun kant laten gaan en dus kwam er een feestelijke tegenhanger: Hemelvaartsdag, het feest van Rerum Novarum.

In de buurt van Eén Mei, dat wel maar met slechts een kans van 1 op 100 dat ze ooit samen zouden vallen.

Daar viel mee te leven.

Rerum Novarum? Rustig maar, ik praat u even bij heb ik u beloofd.

Het oprukkende Marxistische gedachtegoed moest eind negentiende eeuw een halt toegeroepen worden, dacht paus Leo de XIIIe en hij schreef zijn encycliek Rerum Novarum.

Van toen af mochten ook katholieken, vakbonden oprichten en mee voorgaan in de sociale strijd.

Eh voilá.

En dus kon het gebeuren dat wij (katholieken) thuis op Eén Mei het Feest van de Arbeid in stilte vierden, dat mijn vader zaliger zich zat op te winden over de legendarische toespraken van de socialistische voorgangers maar vervolgens wel warm liep om een paar dagen later even luidruchtig naar Bitsingen te trekken – Bassenge, hier vlak over de grens – naar het bedevaartsoort Klein Lourdes.

Daar vierden de Maaslandse arbeiders hun Rerum Novarum.

Vol trots hoorde ik mijn vader daar, in die replica van een Lourdes grot, gepassioneerd zíjn toespraak houden en zag ik hoe hij zijn vuist balde te midden van een woud van groene vlaggen.

De strijd moest worden voortgezet en Maria’s zegen rustte op hem en op ons allen.

‘s Middags dwaalde ik door het dorp.

Het moet die ene dag uit de eeuw geweest zijn want daar beneden in het dorp stootte ik op een optocht met rode vlaggen.

De concurrenten! De vermaledijde medestanders in de strijd!

Aan de ene kant het tot strijdliederen omgebouwde Mariagezang en aan de andere kant de Internationale in een fanfare arrangement.

Daar was ik tussen verzeild geraakt.

Eén Mei en Hemelvaartsdag vielen dat jaar op één dag.

De fanfare dreun en het Mariagezang botsten in mijn hoofd.

Ik voelde mij heen en weer geslingerd tussen rode en groene vlaggen.

Alsof er van 2 kanten grote walsen kwamen aangereden en ik stond daar precies tussenin

”Wij gaan voort met de strijd!”, Maar laat mij er alstublieft tussenuit.

Op dat ogenblik zie ik, langs de kant van de weg, achter een omgedraaide aardappelkist een meisje met bloemen in haar hand.

Bossen Lelietjes van Dalen. Geluksbloemen.

Zij – in mijn verbeelding noem ik haar nu Odinneke uit Louis Paul Boon’s Kapellekens baan, om het geheel een romantische Novecento look te geven, terwijl ze in werkelijkheid natuurlijk Gaby of Paulette heette.

Ze stak een bos met Lelietjes van Dalen naar me toe.

“Cinq Franc pour un Muguet!”, klonk het.

Tussen Eén Mei en Hemelvaartsdag liep ook nog eens de taalgrens.

Maar die Muguet was wel mijn redding. Achter mij hoorde ik de Rode Fanfare voorbij walsen en zich vermengen met het Mariagezang.

Voor 5 franc kreeg ik mijn Muguet, verpakt in de mooiste glimlach van Wallonië.

Dit jaar vallen Eén Mei en Hemelvaartsdag weer samen.

Wie weet moet ik dit jaar toch nog eens naar Bitsingen afreizen.

De Muguets kan je er nog kopen, dat weet ik zeker. Ze liggen uitgestald op krakkemikkige campingtafeltjes met een bordje erbij € 1.50. Het geld hoor je in een bakje te doen. Odinneke is er niet meer, die werkt in de Shell Shop verder op en heet nu Fatima. De rode en groene vlaggen zijn opgerold. Het Feest van de Arbeid wordt dit jaar staande in de file gevierd op weg naar de kust.

Maar er is hoop. Niet iedereen is met vakantie vertrokken. Voor de thuisblijvers herstelt de Alliance Francaise een traditie.

Op Eén Mei wordt in Maastricht een Muguet uitgereikt aan iemand die zich verdienstelijk heeft gemaakt. Iemand die de gapende kloof tussen twee werelden heeft helpen dichten. Een Muguet, een geluksbrenger, opdat het gevloek in de kerk alsnog verstomt.

Guido Wevers