column

Dans

1 oktober 2008

Niemand!
Helemaal niemand!
Hijgend sta ik voor het gesloten hek.
Het plein, het gehijg, mijn fiets, ik en verder niemand.
De camera zoemt in op een traan die over een jongenswang loopt. De mijne.
Ik had er zo naar uitgekeken, me er zo op verheugd, maar niemand was op komen dagen.
Een nauwelijks te temmen woede, zo voel ik, steekt de kop op.
Mijn fiets begint als uit zichzelf te rammelen, tot opeens een stem: "Jeune homme, viens!"
Pardon? "Oui, viens. Of moet ik het in Vlaams zeggen: kom, stap in".
Voor de geplande busreis naar het Koninklijk Circus in Brussel waar een balletvoorstelling bezocht zou worden, had zich op één leerling na, niemand ingeschreven.
En voor die, daar nu met tranen in de ogen staande, op het punt staand zijn fiets te mishandelen puberjongen, ging plots de hemel open.
"Jeune homme, viens."
Mevrouw de directrice van de Muziekschool had besloten dat deze jeune homme en haar zelf met een taxi naar Brussel vervoerd zouden worden om aldaar Le Ballet du Vingtième Siecle te bezoeken.
Sprookjes bestaan nog. Dat werd toen wel duidelijk.
En het echte sprookje moest nog komen: die middag in Brussel bleek ik getuige te zijn van "La Messe pour le Temps Présent" van Maurice Béjart.
Een historische dansvoorstelling, zo bleek later.
Mevrouw de directrice van de Muziekschool had die middag mijn hart gestolen, aan de dans heb ik het diezelfde middag verpacht.
Precies een jaar geleden kondigden de Nederlandse Dansdagen aan dat zij uit Maastricht weg zouden gaan.
Precies een jaar geleden heb ik eens naar de hemel geknipoogd.
Wanneer u dit weekend tijdens de 11e editie van diezelfde Dansdagen naast mij een stoel leeg ziet staan, dan weet u voor wie die stoel bedoeld is.
De Dansdagen beginnen dit weekend aan hun 2e decennium in Maastricht.

 
Guido Wevers