column

De ná TEFAF dagen...


26 maart 2009

Deze dagen na TEFAF voelen een beetje aan als het gat na Carnaval.
Na Carnaval loopt je door de dan stille straten, niks nergens geen herremenieke meer, nergens geen ghetto blaster meer die je omver blaast.
En toch richt zich elke stap die je zet naar het ritme van muziek.
In je hoofd klinken de liedjes nog.
Bij elke stap dient zich die dreun weer aan.
Maar de knop kan niet worden omgedraaid.
Je kunt niet roepen: stop, zet uit, die muziek.
De echo's klinken nog dagen na.
Het heeft trouwens iets grappigs. Al die, precies in de maat van een carnavalslied stappende mensen. Terwijl alleen de stilte klinkt.
Zo voelt dat ook een beetje aan na TEFAF.
Een week lang werd de stad overspoeld door allerlei kunstmanifestaties: het jaarlijks terugkerend museum TEFAF genaamd, de tentoonstellingen in de grote huizen, de tijdelijke galerieën die in leegstaande panden opduiken, het tijdenstefaf festival, de vele ontvangsten en openingen all-over de stad.
En dan in één keer is het stil.
Beduusd sta ik nog wat na te hijgen.
Het heeft toch wel wat al die activiteiten.
De onverwachte verbanden die zich aan dienen. Het je in eigen stad kunnen laven aan de wereld.
”This is Berlin“, hoorde ik een mevrouw fluisteren, toen ze het decor van the Big Blue Ball avond binnenstapte. En voor een week was het Pallazzo Grassi uit Venetië, weliswaar in het klein maar toch, zomaar in de Gubbelstraat te zien. Je hoefde er niet eens voor te reizen en het was nog gratis ook.
De verbeelding krijgt steeds meer een plek in de stad, een plek in het denken.
En het is juist de samenhang, het samen gaan van ogenschijnlijke tegenstellingen: het Carnaval en TEFAF, Het Preuvenemint en de Zomeravonden, Winterland en de Kerstproductie, André Rieu en Festival Bruis!, die deze stad tot stad maakt, die de stad haar rijkdom geeft.
TEFAF is weer ingepakt, het voorjaar kan beginnen.

Guido Wevers