27 september 2007
“Koninklijke Hoogheid, raadsleden, burgers:
Wij zijn hier niet om Maastricht te eren,
Wij zijn hier om een raadszaal te openen!”
Burgemeester Leers had zijn toespraak
met deze woorden kunnen beginnen.
Hij sprak ze anders maar ze kwamen wel op hetzelfde neer.
Een raadszaal is een raadszaal,
en in dit geval zelfs een hele mooie raadszaal maar, dames en heren:
Aon de geng.
Dat het debat niet geschuwd wordt, werd al meteen duidelijk
Studenten van de Toneelacademie en andere academies
mochten hun liefdesverklaring aan de stad uitspreken
en deden dat met bravoure.
Vier jaar lang verleid je ons, Maastricht.
Vier jaar lang verliezen we ons in die donkere ogen van je,
in de geur van je oksel, in de verlokking van je schoot,
maar na vier jaar moeten we weg,
is er geen plek meer in je herberg!
“Die durven”, hoor ik deze en gene gniffelend snuiven.
“Stevig Statement”, gonst het rond ons.
Die Mantra is bekend, eigenlijk is hij al een beetje oud,
de schoot onwaardig, en bovendien klopt hij niet meer.
Natuurlijk, Maastricht is geen “groot-stad”
en dat zal ze ook nooit worden. Klaar.
Maar je kan toch moeilijk ontkennen dat je in deze stad,
op dit eigenste moment zelfs een “culturele carrière” kan maken. Mondjesmaat.
Toegegeven, er is nog een lange weg te gaan.
Maar het kan.
Je hoeft die verlokking van die schoot niet persé te weerstaan.
Ik moet Leers gelijk geven.
Wij zijn hier niet om Maastricht te eren.
Wij zijn hier om een nieuwe raadszaal te openen,
Koninklijke Hoogheid, raadsleden en burgers.
Waarop hij de Prins vroeg om een rode knop in te drukken.
De raadszaal is geopend.
Laat het debat beginnen.
Guido Wevers