column

De Belgendag


14  november 2007

Een beetje pech, en de Belgendag is weg!
In mijn verbeelding zag ik deze tekst als een soort van vroege kerstversiering aan- en uitspringen boven de Kennedybrug.
Maastricht moet wakker blijven, dacht ik, want stél dat die Belgen er niet in slagen een nieuwe regering te vormen, stél dat het land uit elkaar spat, wie heeft er nagedacht over de gevolgen voor de Maastrichtse Middenstand?
Niks geen overvolle winkelstraten meer op 1 november, op 1 mei, op 15 augustus.
Een beetje pech en de Belgendag is weg!
Yves Leterme slaagde erin om 800.000 voorkeursstemmen binnen te halen, maar het land naar een nieuwe regering leiden, dat is een ander paar mouwen.
In het voorjaar joeg hij de Waalse gemeenschap tegen zich in het harnas door te suggereren dat de Walen intellectueel niet in staat zijn om Nederlands te leren en op de vraag hoe het Belgische Volkslied klinkt, antwoord de beoogde premier met het zingen van de Marseillaise.
“Il est incapable”, riep een een collega uit Luik de afgelopen week. Waarop deze man, die ik tot die dag nooit op enige furieusheid heb kunnen betrappen rood aanloopt van woede.
Het zit diep.

Er is iets vreemds aan de hand.
Zonder tegenspraak schreeuwen corpulente partijleiders van aangehaakte taalpartijen moord en brand dat het slecht gaat met België. Er valt niet meer te leven in dat land en dat is allemaal de schuld van de Walen. Zij spreken in zinnen zo boordevol gelijk dat de demagogische klanken verdwijnen onder de adjectieven.
Overigens doet de andere kant voor niet minder onder.

België, hoe is het zover kunnen komen?
Als kind vond ik het een genot om eindeloos te spelen met de 2-talige opschriften op de Kwatta-potten, de spaghettidozen en de bussen met siroop.
Hoe meer talen, hoe rijker een mens.
Opwindend vond en vind ik het om in een land te wonen dat zo verschillend is. Van de Baraque Fraiture tot Le plat Pays.
Ach, natuurlijk ergerde ik me groen en geel dat tot diep in de vorige eeuw mijn taal in Brussel, de hoofdstad, niet als vanzelfsprekend aanwezig was. Maar ook ik genoot van het kat en muis spel met de Brusselse middenstanders. De sigarettenverkoper bleek plots wel Vlaams te verstaan en te spreken, toen ik een briefje van 20 franc neerlegde, mijn groene Michel mee griste en de winkel verliet omdat mijnheer de verkoper trente trois franc bleef opeisen.

Nee, het gaat slecht in Vlaanderen. Ze verkommeren daar in hun villa’s, in de lintbebouwing, villa’s met eigen garage en asfalt voor de deur.
Het gaat heel slecht met Vlaanderen.

“Wil nog iemand het woord?”, vroeg Pieter de Crem, de huidige kamervoorzitter, voorafgaand aan de beroemde stemming vóór splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde.
Niemand wilde nog het woord.
De Vlamingen stemden vóór splitsing, de Walen verlieten de zaal.
Iedereen bleef met een kater achter.
Het gaat slecht met Vlaanderen, de afgrond gaapt.
Denkend aan Iran, aan Rwanda, aan Pakistan, aan… krijg ik het schaamrood op de kaken.
Toen de Beatles in de zomer van de Flower Power het beroemde All you need is love opnamen en wereldwijd uitzonden, begonnen ze dat nummer met de Marseillaise.
Trompetten schalden het: le jour de gloire est arrivé gevolgd door love, love, love.
Even hoopte ik dat Yves Leterme en meesterzet plaatste toen hij in plaats van de Brabançonne het Franse Volkslied zong.
Helaas, in West-Vlaanderen groeiden ze niet op met de Beatles. Hij zong de Marseillaise niet als intro op het All you need is love.
België, het goddelijke monster.
Als ik van de Maastrichtse Middenstand was, ik zou snel een rood-geel-zwarte vlag buiten hangen. De streepjes verticaal.
Want met een beetje pech is de Belgendag weg!

Guido Wevers